ervaringsdeskundige ervaringsdeskundige

Een lieve man in het Vondelpark

Bram W. van der Putte

Het had iets geheimzinnigs, vond ze. Dat roeren van hem, dat lepeltje draaiend in zijn kopje koffie. Waar een ander het met snelle slagen deed roteerde hij met langzame bewegingen het wolkje melk in zijn koffie. Bedachtzaam maar zij wist beter. Dat was niet het eerste wat haar opviel. Zijn verschijning, toen hij de deur binnenstapte van het Blauwe Theehuis in het Vondelpark, deed haar zachtjes rillen. Hij nam een beetje van de herfst mee naar binnen. De herfst, het seizoen waar ze zich al lange tijd voor wapende. De bladeren vormden een pad van lichtbruine kleuren. Ze probeerde daar de schoonheid in te zien. Het lukte amper. Ze legde zich erbij neer. Niet echt haar jaargetijde. Ze keek naar buiten. Een regenachtig terras. Druppels maakten kringen in de plassen. Voetgangers liepen langs de ramen. Monotoon. Op weg naar. Maar niet hier. Hier was geen weg. Hier was hier. Dat voelde ze nu sterk. In deze dagen was het waken voor het goede gevoel. Iets wat bij haar niet automatisch ging. Dit jaar was het anders. Een vreemde energie. Voorbestemd tot iets groots. Dat voelde ze al toen ze een kwartier geleden hier binnenstapte. Ze voelde iets maar kon het niet duiden. Maar ze werd als door een energie hier naar toe getrokken. Zachtjes.

een lieve man in het vondelpark.jpg

Ze dacht na en staarde in de ruimte. Ongrijpbaar voor zijn ogen. Het geklink van de glazen achter de bar klonk ver weg. De muziek verstomde. Een speld kon je horen vallen in deze microkosmos waar twee levens elkaar treffen. Ze durfde niet zo goed. Ze was een beetje bang voor het onbekende.'Wellicht eens in je leven dat je zo'n gevoel hebt bij een persoon', dacht ze bij zichzelf, de gedachte kwam als een golf binnen. Alsof de gedachte de urgentie uitlegde van dat moment.

Ze zag hem als een eiland. Zij was het ook. Twee eilanden vinden elkaar. Ze wist het zeker. Het zenuwachtige gevoel in haar buik had plaatsgemaakt voor een rode gloed die zich in alle uiteinden van haar lichaam ophield. Haar hartslag voelde ze als een grote trom. Ze wist dat hij naar haar keek. Dat maakte haar zenuwachtig. Hij was bedachtzaam, daarom dat trage bewegen van het lepeltje. Hij koos zijn handelingen. Zijdelings keken ze elkaar aan. Vonkjes. Twee individuen, samengekomen alhier, om, ja, om wat te doen. Ze nam onwennig een slokje van haar thee. Ze blies erop als een automatisme. Ze dacht even na. Het liefste was ze opgesprongen, naar hem toe gerend, en hem met twee handen vastgepakt. Geestdrift maakte zich van haar meester maar ze wist het goed te verbergen. Zijn handen. Ze zag zijn mooie, lange vingers. Ze waren warm, warmer als die van haar. Ze wist dat als dat gebeurde, dat hun handen elkaar raakten, die energie los zou komen, tomeloos.

Ze durfde niet. Ze schrok van haar gedachten. Juist nu, in haar kwetsbare periode werd ze van haar sokkel afgeblazen. Door hem. Hij durfde ook niet. Ze beet op haar onderlip. Hij keek naar buiten. 'Schiet nou op', dacht ze bij zichzelf alsof ze hem aanspoorde. Hij schoof zijn stoel naar achter. Ze beefde. Hij stond op, nam een flinke teug adem, en liep naar haar tafeltje. Ze verschoof haar voeten, lichtjes, ze zweefde. 'Mag ik je iets vragen?', vroeg hij met een donkerbruine stem. Ze stamelde, bijkans onhoorbaar, en hij vervolgde zijn vraag. 'Heb je je ooit afgevraagd waar die mooie vogels hier in het park vandaan komen? Ze zijn getooid met bonte kleuren, je hebt ze vast wel eens gezien.' Haar adem stokte. Ze herpakte zich. 'Ja', zei ze. 'Ik ken ze, ze zijn hier ooit uitgezet en nooit meer weggegaan. Ze horen hier thuis.' Hij knikte, kennelijk wist hij het antwoord al. 'Ik vraag het je omdat je me aan de vogels doet denken. In een ruimte, gemaakt zoals deze, spring jij eruit. Alles is gemaakt, staat al vast zoals de stoelen, de tafels. Ook hierbuiten. Het pad, de bomen. Alles is neergezet, gemaakt.' Hij pauzeerde even. 'Jij niet. Jij hoort hier. Jij bent niet gemaakt, gecreëerd of neergezet. Jij bent. Gewoon, zoals je hier nu zit. Jij bent.' Ze hoorde maar amper zijn woorden. Ze voelde ze. De tijd stond stil. Als in een vacuüm. Hier zat zij. Daar stond hij. Twee eilanden die elkaar raakten. Verder was er niets. Hij stak zijn hand uit. Die warme hand met mooie, lange vingers. Ze nam hem intuïtief aan. 'Mag ik vragen hoe je heet', vroeg hij met een lieve stem. Ze keek op en zag een glimlach verschijnen op zijn gezicht. Ze beantwoorde zijn lach. 'Ik heet Anouk', zei ze krachtig. De bladeren vielen nog steeds. De regendruppels maakten nog steeds kringetjes. Het seizoen deerde haar nu niets. Ze wist het. Dit was nu. Vandaag. Een lieve, bijzondere man in het Vondelpark. Die had ze nu eindelijk getroffen.

Reacties

Het kennisplein 'De Ervaringsdeskundige' is gerealiseerd in opdracht van Markieza in samenwerking met het Trimbos-instituut, HEE! en Phrenos (LIVE).